Watermarking: De 'enshittification' van gesloten modellen is begonnen

De invoering van watermerken

Anthropic gaat een onzichtbaar herkomstsignaal (provenance signal) toevoegen aan de output van Claude, inclusief output van de API en Claude Code.

De directe reden hiervoor is regelgeving. Artikel 50 van de EU AI Act vereist dat providers van generatieve AI-systemen gegenereerde inhoud op een machineleesbare manier detecteerbaar maken.

Wat opmerkelijk is, is de reikwijdte van de reactie van Anthropic. Dit lijkt een wereldwijde wijziging te zijn voor Claude. De eigen documentatie van Anthropic stelt momenteel dat markering zal gelden voor ondersteunde modellen "overal waar Claude wordt aangeboden, wereldwijd." Het omvat Claude, de API, Claude Code, Claude Cowork, cloudproviders en gegenereerde tekst in het algemeen.

Dit betekent dat een Europese regelgeving schijnbaar het generatieproces van Claude verandert voor een Amerikaanse ontwikkelaar die de API aanroept vanuit Virginia, een Australisch bedrijf dat Claude Code gebruikt, of een Japans bedrijf dat Claude via een cloudprovider gebruikt. Ik denk dat dit een domme zet is.

De paradox van Europese regelgeving

Er is ook een ongemakkelijk alternatief: stel dat Anthropic watermarking zou beperken tot de EU. Dan zou Europa het risico lopen zichzelf technisch te benadelen. AI-gegenereerde tekst is geen fysiek product dat door een Europese fabriek moet gaan; generatie kan overal plaatsvinden. Ontwikkelaars kunnen modellen gebruiken die buiten Europa worden gehost, of open weights op hun eigen hardware draaien. Inhoud kan als platte tekst een grens oversteken.

De AI Act probeert dit juridisch te voorkomen. De reikwijdte ervan kan providers en implementeerders buiten de EU bereiken wanneer hun AI-output binnen de Unie wordt gebruikt. Dat sluit het lek op papier wellicht gedeeltelijk, maar het lost het technische probleem niet op. Een toezichthouder kan een verplichting opleggen aan een bedrijf dat zaken doet in Europa, maar hij kan niet elk model op aarde dwingen een watermerk uit te zenden.

Als compliant Europese AI-diensten hun generatie aanpassen terwijl modellen die elders beschikbaar zijn dat niet doen, creëert de regelgeving een stimulans om elders te genereren. Als de enige praktische reactie is om elk groot Amerikaans model wereldwijd aan de Europese vereiste te laten voldoen, heeft Europa effectief zijn beperking geëxporteerd naar iedereen die afhankelijk is van deze gesloten modellen. Geen van beide uitkomsten lijkt bijzonder slim.

De strategische context en de concurrentie met China

Dit gebeurt terwijl Amerikaanse AI-bedrijven openlijk bezorgd zijn over het verliezen van hun voorsprong op China.

In februari beschuldigde Anthropic DeepSeek, Moonshot AI en MiniMax ervan meer dan 16 miljoen Claude-interacties te hebben gebruikt in pogingen om de mogelijkheden van Claude te destilleren. Anthropic omschreef toegang tot geavanceerde redeneer- en codeercapaciteiten als een strategisch vraagstuk en verbond dit direct aan de Amerikaanse AI-voorsprong.

Ondertussen brengen Chinese labs modellen uit die ontwikkelaars zelf kunnen beheren. Moonshot publiceert de weights van Kimi; Alibaba heeft hetzelfde gedaan met een groot deel van de Qwen-familie.

Wanneer men deze ontwikkelingen naast elkaar zet, ontstaat het volgende beeld: Amerikaanse frontier-labs vechten om hun voorsprong op China te behouden, terwijl tegelijkertijd een van de toonaangevende Amerikaanse labs een verborgen herkomstvereiste toevoegt aan de output van zijn model — schijnbaar wereldwijd — vanwege Europese regelgeving.

De belangrijke technische vraag is of die vereiste enige meetbare impact heeft op de intelligentie van het model. Anthropic zegt van niet. Ik wil het bewijs zien.