Analyse van EU-repareerbaarheid
Een onderzoek van Right to Repair Europe laat zien dat de overgrote meerderheid van de smartphone- en tabletfabrikanten zich niet houdt aan de EU-regels die sinds juni 2025 van kracht zijn.
De belangrijkste knelpunten zijn:
- Gebrek aan informatie: Bij ruim 80% van de apparaten ontbreekt essentiële reparatie-informatie of zijn de links naar deze informatie irrelevant, leeg of verwijzen ze naar externe marktplaatsen zoals AliExpress.
- Misleidende scores: Fabrikanten kennen zichzelf vaak een hoge repareerbaarheidsscore (Klasse A) toe, terwijl ze in de praktijk niet aan de transparantie-eisen voldoen.
- Prijsstelling: Reserveonderdelen worden vaak voorzien van onrealistisch brede prijsranges, wat consumenten onduidelijkheid verschaft.
- Slechte handhaving: Er is geen effectieve controle door overheidsinstanties op de juistheid van de ingediende gegevens in het Europese Productregister.
Toekomst: De actiegroep pleit voor strengere handhaving en volledige openbaarmaking van de documentatie achter de scores. Bovendien treden in februari volgend jaar nieuwe regels in werking die voorschrijven dat batterijen in mobiele apparaten door de gebruiker zelf vervangbaar moeten zijn.
Smartphonefabrikanten negeren EU-vereisten voor repareerbaarheid
Een jaar na de invoering van de EU-regels voor de repareerbaarheid van smartphones en tablets, ontbreekt bij meer dan 80 procent van de apparaten nog steeds de nodige reparatie-informatie, meldt Right to Repair Europe.
De actiegroep stelt dat mobiele apparaten die binnen de handelsunie verkrijgbaar zijn, een verplichte, zelfgerapporteerde repareerbaarheidsscore moeten bevatten. Daarnaast is de fabrikant verplicht informatie te publiceren om gebruikers te helpen hun apparatuur te repareren. Deze vereisten gingen in vanaf juni 2025.
Gebrek aan transparantie in het productregister
Een controle van het Europese Productregister voor Energielabeling, waar fabrikanten moeten aangeven waar zij de vereiste informatie publiceren, wees echter uit dat slechts enkelen zich tot nu toe aan de regels houden.
Volgens Right to Repair vermeldt slechts ongeveer 18 procent van de 2.334 records voor smartphone-modellen die het afgelopen jaar op de markt zijn gebracht, daadwerkelijk een website waar prijzen van reserveonderdelen of reparatie-instructies te vinden zijn. De overige gegevens vertonen de volgende tekortkomingen:
- Ontbrekende informatie: Ongeveer de helft van de records bevat simpelweg lege velden waar een URL zou moeten staan.
- Irrelevante links: 19 procent verwijst naar een product- of ondersteuningspagina die geen relevante reparatie-instructies of lijsten met reserveonderdelen bevat.
- Externe marktplaatsen: Sommige records verwijzen klanten zelfs naar platforms zoals Temu of AliExpress voor reserveonderdelen en reparatie-instructies.
Problemen met scores en prijsstelling
Ondanks deze tekortkomingen geven sommige overduidelijk niet-nalevende fabrikanten zichzelf nog steeds de hoogste score voor hun reparatie-informatie, wat resulteert in een zelfgedeclareerde 'klasse A' voor repareerbaarheid.
De actiegroep klaagt er ook over dat in veel gevallen waar reserveonderdelen wél worden vermeld, deze worden voorzien van een belachelijk brede prijsrange. Een voorbeeld hiervan is een vervangende batterij met een prijsindicatie tussen de €14 en €128.
Daarnaast is de toegankelijkheid van de informatie problematisch. Zelfs bij producten die technisch gezien voldoen aan de regels, biedt de vermelde weblink zelden een direct pad naar de prijzen van onderdelen. Bij grote merken zoals Apple en Samsung moet men vaak veelvuldig klikken voordat men de benodigde informatie vindt.
Gebrekkige handhaving en controle
De reparatiescore en de link naar de reparatie-informatie zouden op het energielabel van de producten moeten staan. In de praktijk ontbreekt dit label echter bij een aanzienlijk aantal producten die zowel in fysieke winkels als online worden verkocht.
Right to Repair Europe stelt vragen bij de effectiviteit van de aanpak van de EU. Er is duidelijk geen overheidsinstantie die de opgegeven gegevens controleert, aangezien duizenden lege velden onopgemerkt lijken te zijn gebleven. De groep betwijfelt daarnaast de wijsheid van het toelaten van fabrikanten die hun eigen 'huiswerk nakijken' wat betreft de repareerbaarheidsscores.
Reacties en toekomstverwachtingen
De Europese Commissie is benaderd voor een reactie op de bevindingen van de Right to Repair-campagne; een reactie is tot op heden uitgebleven.
Thomas Opsomer, EU-beleidswoordvoerder van iFixit en namens de Right to Repair Europe Coalition, licht het standpunt als volgt toe:
"De verplichting tot publiekelijk toegankelijke prijzen voor reserveonderdelen en reparatiehandleidingen is een grote stap voorwaarts, maar er moet beter worden gehandhaafd. Omdat de repareerbaarheidsscores zelf worden toegewezen, zouden fabrikanten verplicht moeten worden de volledige documentatie te publiceren die ten grondslag ligt aan de gerapporteerde scores, zodat iedereen hun werk kan controleren. Ook moet het voor consumenten en reparateurs gemakkelijker worden gemaakt om niet-naleving te melden."
Volgend jaar krijgt de repareerbaarheid een extra impuls. In februari treden EU-verordeningen in werking die betekenen dat nieuwe mobiele apparaten batterijen moeten hebben die door de gebruiker kunnen worden vervangen, met enkele uitzonderingen voor producten zoals wearables.
Smartphonefabrikanten negeren EU-vereisten voor repareerbaarheid
Een jaar na de invoering van de EU-regels voor de repareerbaarheid van smartphones en tablets, ontbreekt bij meer dan 80 procent van de apparaten nog steeds de nodige reparatie-informatie, meldt Right to Repair Europe.
De actiegroep stelt dat mobiele apparaten die binnen de handelsunie verkrijgbaar zijn, een verplichte, zelfgerapporteerde repareerbaarheidsscore moeten bevatten. Daarnaast is de fabrikant verplicht informatie te publiceren om gebruikers te helpen hun apparatuur te repareren. Deze vereisten gingen in vanaf juni 2025.
Gebrek aan transparantie in het productregister
Een controle van het Europese Productregister voor Energielabeling, waar fabrikanten moeten aangeven waar zij de vereiste informatie publiceren, wees echter uit dat slechts enkelen zich tot nu toe aan de regels houden.
Volgens Right to Repair vermeldt slechts ongeveer 18 procent van de 2.334 records voor smartphone-modellen die het afgelopen jaar op de markt zijn gebracht, daadwerkelijk een website waar prijzen van reserveonderdelen of reparatie-instructies te vinden zijn. De overige gegevens vertonen de volgende tekortkomingen:
- Ontbrekende informatie: Ongeveer de helft van de records bevat simpelweg lege velden waar een URL zou moeten staan.
- Irrelevante links: 19 procent verwijst naar een product- of ondersteuningspagina die geen relevante reparatie-instructies of lijsten met reserveonderdelen bevat.
- Externe marktplaatsen: Sommige records verwijzen klanten zelfs naar platforms zoals Temu of AliExpress voor reserveonderdelen en reparatie-instructies.
Problemen met scores en prijsstelling
Ondanks deze tekortkomingen geven sommige overduidelijk niet-nalevende fabrikanten zichzelf nog steeds de hoogste score voor hun reparatie-informatie, wat resulteert in een zelfgedeclareerde 'klasse A' voor repareerbaarheid.
De actiegroep klaagt er ook over dat in veel gevallen waar reserveonderdelen wél worden vermeld, deze worden voorzien van een belachelijk brede prijsrange. Een voorbeeld hiervan is een vervangende batterij met een prijsindicatie tussen de €14 en €128.
Daarnaast is de toegankelijkheid van de informatie problematisch. Zelfs bij producten die technisch gezien voldoen aan de regels, biedt de vermelde weblink zelden een direct pad naar de prijzen van onderdelen. Bij grote merken zoals Apple en Samsung moet men vaak veelvuldig klikken voordat men de benodigde informatie vindt.
Gebrekkige handhaving en controle
De reparatiescore en de link naar de reparatie-informatie zouden op het energielabel van de producten moeten staan. In de praktijk ontbreekt dit label echter bij een aanzienlijk aantal producten die zowel in fysieke winkels als online worden verkocht.
Right to Repair Europe stelt vragen bij de effectiviteit van de aanpak van de EU. Er is duidelijk geen overheidsinstantie die de opgegeven gegevens controleert, aangezien duizenden lege velden onopgemerkt lijken te zijn gebleven. De groep betwijfelt daarnaast de wijsheid van het toelaten van fabrikanten die hun eigen 'huiswerk nakijken' wat betreft de repareerbaarheidsscores.
Reacties en toekomstverwachtingen
De Europese Commissie is benaderd voor een reactie op de bevindingen van de Right to Repair-campagne; een reactie is tot op heden uitgebleven.
Thomas Opsomer, EU-beleidswoordvoerder van iFixit en namens de Right to Repair Europe Coalition, licht het standpunt als volgt toe:
"De verplichting tot publiekelijk toegankelijke prijzen voor reserveonderdelen en reparatiehandleidingen is een grote stap voorwaarts, maar er moet beter worden gehandhaafd. Omdat de repareerbaarheidsscores zelf worden toegewezen, zouden fabrikanten verplicht moeten worden de volledige documentatie te publiceren die ten grondslag ligt aan de gerapporteerde scores, zodat iedereen hun werk kan controleren. Ook moet het voor consumenten en reparateurs gemakkelijker worden gemaakt om niet-naleving te melden."
Volgend jaar krijgt de repareerbaarheid een extra impuls. In februari treden EU-verordeningen in werking die betekenen dat nieuwe mobiele apparaten batterijen moeten hebben die door de gebruiker kunnen worden vervangen, met enkele uitzonderingen voor producten zoals wearables.